Hier moet je voorzichtig zijn. Speur iedere beschaduwde tak die boven je vervlochten is af. De pacazo wacht, zal wachten zolang als nodig is.
Ronaldo zegt dat de pacazo niets meer is dan een ongebruikelijk grote leguaan. Ik verkies te geloven dat het een soort duiveltje uit de historie is, bij toeval met schubben bedekt vlees, een god die niemand meer aanbidt, niet schitterend in zijn razernij zoals de goden van de Wari , de Moche of de met bloed besmeurde ChavĂn, maar een of andere benepen, verbitterde plaatselijke god die dikke, bleke, plunderende vreemdelingen haat. Reynaldo zegt ook dat pacazo’s op sommige plekken op de grond leven, maar dat ze hier op de campus in de bomen leven vanwege de vossen die ’s nachts uit de woestijn komen. Dit kan niet waar zijn. De vossen hebben het formaat van huiskatten. De pacazo is meer dan twee meter lang, en als een vos te dicht in de buurt komt zou de pacazo hem bij zijn kop grijpen en zijn schedel verpletteren.
Weg bij de bomen en in de zon, over het gras naar een bank in de dunne schaduw. Als ik ga zitten, buigt de bank door. Ik wacht, adem uit, laat mijn gewicht uitdijen naar alle kanten. Plaats mijn aktetas naast me. Haal een zakdoek tevoorschijn, dep het zweet in mijn baard.
Het dichtstbijzijnde gebouw, scherp wit. Ik doe mijn ogen dicht. Er is een geur van rottende bladeren, van hitte en nat gras. Ik ben wel vaker zo moe geweest maar kan me niet meer herinneren wanneer en een schip drijft zuidwaarts langs de kust in de richting van de monding van een rivier. Een kreet klinkt op. De mannen verzamelen zich bij het gangboord.
Roy Kesey | Pacazo. Jonathan Cape, 2012. Vertaling fragment Wiebren Rijkeboer

Geen opmerkingen:
Een reactie posten