woensdag 30 maart 2016

Roy Kesey
















Hier moet je voorzichtig zijn. Speur iedere beschaduwde tak die boven je vervlochten is af. De pacazo wacht, zal wachten zolang als nodig is.
     Ronaldo zegt dat de pacazo niets meer is dan een ongebruikelijk grote leguaan. Ik verkies te geloven dat het een soort duiveltje uit de historie is, bij toeval met schubben bedekt vlees, een god die niemand meer aanbidt, niet schitterend in zijn razernij zoals de goden van de Wari , de Moche of de met bloed besmeurde ChavĂ­n, maar een of andere benepen, verbitterde plaatselijke god die dikke, bleke, plunderende vreemdelingen haat. Reynaldo zegt ook dat pacazo’s op sommige plekken op de grond leven, maar dat ze hier op de campus in de bomen leven vanwege de vossen die ’s nachts uit de woestijn komen. Dit kan niet waar zijn. De vossen hebben het formaat van huiskatten. De pacazo is meer dan twee meter lang, en als een vos te dicht in de buurt komt zou de pacazo hem bij zijn kop grijpen en zijn schedel verpletteren.
     Weg bij de bomen en in de zon, over het gras naar een bank in de dunne schaduw. Als ik ga zitten, buigt de bank door. Ik wacht, adem uit, laat mijn gewicht uitdijen naar alle kanten. Plaats mijn aktetas naast me. Haal een zakdoek tevoorschijn, dep het zweet in mijn baard.
     Het dichtstbijzijnde gebouw, scherp wit. Ik doe mijn ogen dicht. Er is een geur van rottende bladeren, van hitte en nat gras. Ik ben wel vaker zo moe geweest maar kan me niet meer herinneren wanneer en een schip drijft zuidwaarts langs de kust in de richting van de monding van een rivier. Een kreet klinkt op. De mannen verzamelen zich bij het gangboord.


Roy Kesey | Pacazo. Jonathan Cape, 2012. Vertaling fragment Wiebren Rijkeboer

maandag 21 maart 2016

Tom Perrotta














Buzzy, de bassist, had een rijbewijs dat was ingenomen, dus Dave ging langs zijn huis op weg naar het woensdagavondoptreden. Buzzy was kwaliteitscontroleur bij een bedrijf dat prostaatapparaten produceerde, en woonde met zijn vrouw en twee kinderen in een straat met min of meer identieke split-level woningen die vast en zeker opwindend waren in de dagen voor de British Invasion, toen Kennedy nog president was en Elvis de king. Buzzy was het enige lid van het bruiloftsorkest dat getrouwd was, een feit waarvan de ironie niet aan de aandacht ontsnapt was van zijn medemuzikanten. Artie, de saxofonist en manager, had het net uitgemaakt met een meisje dat danste in Jiggles. Stan, de drummer en accordeonist af en toe, slaapwandelde door een pijnlijke scheiding. Ian, de zanger/toetsenist en allround showman, woonde thuis bij zijn ouders, net als Dave die slaggitaar en achtergrondvocalen verzorgde.  
     Buzzy wachtte op de stoep, een magere vent met een paardenstaart in een smoking en een cap van de Yankees, met een biertje in zijn ene hand en een gitaarkoffer in de andere. Hij stouwde zijn bas op de achterbank, bovenop Dave’s Les Paul, en klom naar binnen.
     “Daverino,” zei hij, proostend met zijn bierblik.
     “Buzzmaster.”
     Dave schakelde naar zijn een en ging op weg naar Central Avenue. De stilte in de auto was sloom, ongecompliceerd. Buzzy nam een teug uit het blik en smakte met zijn lippen.
     “Yep. Weer een woensdagavondoptreden.”
     “Ben je er klaar voor? De mensen rekenen op je.” 
     Buzzy dacht er even een paar seconden over na en knikte toen.
     “Chef,” zei hij, “ik ga me helemaal in de vernieling spelen.”


Tom Perrotta | The Wishbones.  Berkley, 1997. Vertaling fragment Wiebren Rijkeboer

donderdag 17 maart 2016

Mark Lindquist














Ik vraag me af waarom vermoord ik mezelf niet?
     Ik vraag me af waarom ik dat me afvraag, dan vertel ik mezelf niet zo te denken en in plaats daarvan steek ik een sigaret op.
     Het is ongeveer drie uur in de morgen.
     Ik sta hier in de slaapkamer van mijn appartement te proberen de dingen te laten verdwijnen door uit het raam naar de oceaan en de bijna volle maan te kijken en te luisteren naar het ritme van de golven.
     ‘Ik dacht dat je naar bed wilde?’ zegt Becky vanuit het bed op een erg sexy manier.
     Ik draai me niet naar haar om.
     ‘Nou?’ zegt ze.
     ‘Nee.’
     Ze lacht min of meer. ‘Nee, omdat je niet wil antwoorden? Of, nee, je komt niet in bed?
     ‘Allebei.’
     ‘Ik dacht dat je wilde slapen.’
     ‘Dat klopt.’
     Pauze.
     ‘Paarden doen het op deze manier,’ zeg ik.
     ‘Paarden hebben ook seks op die manier.’   
     Ik weet dat ze lacht.
     Het probleem, een van de problemen, is dat ik echt wil slapen. En dat baart mij zorgen.  


Mark Lindquist | Sad Movies.  Atlantic Monthly Press, 1987. Vertaling fragment Wiebren Rijkeboer